‘En is het nog gelukt met die leuke man en 3 kinderen?’ Ik had onlangs contact met iemand die ik 20 jaar geleden voor het laatst heb gezien. De vraag overrompelde me. In eerste instantie was ik verbaasd dat diegene dit nog had onthouden. In tweede instantie overviel het me omdat ik zelf was vergeten dat dit 20 jaar geleden mijn wens was. En in derde instantie volgde het besef dat er in die 20 jaar zoveel was gebeurd en hoezeer de situatie was veranderd.
Mijn gezonde ik wilde graag moeder worden. Als het me gegund was, van 3 kinderen. Maar dat liep even heel anders. Met de diagnose systemische sclerose fluctueerde niet alleen mijn gezondheid, maar ook mijn kinderwens. Aangezien de SSc acuut kwam opzetten en meteen behoorlijke schade aanrichtte, stond de eerste periode na de diagnose in het teken van herstel. Mezelf op de rit krijgen had de prioriteit en needless to say dat kinderen krijgen wel het laatste was waar ik mee bezig was. Maar ik was nog jong dus dat kwam later wel.
Er brak een periode aan dat vrienden om de beurten zwanger raakten en kinderen kregen. Dat was confronterend. Ik was inmiddels uit de acute fase, maar ik had een behoorlijke jas uitgedaan en het besef dat moeder worden voor mij waarschijnlijk niet was weggelegd daalde in. Toch bleef er een sprankje hoop. Wat nou als ik verder opknapte en de juiste persoon ontmoette, zou het dan mogelijk zijn?
De baby’s van mijn vriendinnen werden peuters en ik moet eerlijk bekennen dat ik na een drukke middag met de ‘kids’ overprikkeld thuiskwam. Hoe leuk de kinderen ook waren, ik moest er een dag van bijtrekken en was dan blij met de rust. Dankbaar dat ik me niet over een ander mensje hoefde te bekommeren. Maar het deurtje met de kinderwens bleef toch op een kier.
De jaren die volgden schoot mijn gevoel van soms veel verdriet erover naar soms ook opluchting. Opluchting omdat mijn aandoening soms zoveel van me vroeg dat ik niet zou weten hoe een gezin daarbij zou passen
Tot de ziekte in een nieuwe fase kwam. Zwaardere behandelingen waren nodig om de ziekte af te remmen. Ik vroeg mijn toenmalige arts nog of het misschien verstandig was om m’n eicellen te laten invriezen voordat we met de behandeling zouden starten, maar dat werd weggewuifd.
Dus zo kwam het dat een jaar later de deur voorgoed werd gesloten. Afgezien van het feit of ik het fysiek aan zou kunnen, was het door de behandelingen überhaupt geen optie meer. Dat was even slikken. Ik troostte me met de gedachte dat ik toch geen relatie had en dat ik het ook niet alleen zou willen doen. Maar dat het nu zo definitief was, was ook pijnlijk. Het voelde alsof de keuze mij ontnomen was.
De jaren die volgden schoot mijn gevoel van soms veel verdriet erover naar soms ook opluchting. Opluchting omdat mijn aandoening soms zoveel van me vroeg dat ik niet zou weten hoe een gezin daarbij zou passen. Op dagen dat ik letterlijk geen stap kon zetten hoefde dat ook niet.
Inmiddels heb ik het een plek kunnen geven dat ik nooit moeder ben geworden. Op sommige momenten kan het nog ongemakkelijk voelen. Bijvoorbeeld wanneer op een verjaardag, waar kinderen onderwerp van gesprek zijn, het gesprek stilvalt als mij wordt gevraagd of ik kinderen heb en ik ‘nee’ moet antwoorden.
Hoewel ik eerder anders had gewild, weet ik nu ook dat het goed is zo. Ik ben nu tante Talitha en dat is ook een mooie rol.
KindVrijLeven
Onlangs sprak ik met Annelies van de besloten community KindVrijLeven. Vrouwen die gewenst en ongewenst kindvrij zijn komen hier samen. Mijn eerste gedachte toen ik erover hoorde was ‘is dat nou nodig?’. Maar net zoals het voor moeders fijn is om met elkaar in contact te komen en ervaringen uit te wisselen, geldt dat ook voor niet- moeders. De boodschap: ook als je geen kinderen hebt, kun je een vol leven leiden. Annelies vertelt meer over de community en haar activiteiten. Het gesprek met haar kun je volgende maand lezen.
Meer Let’s Get Personal’s lezen? Klik hier.