Heb je een beperking en rijd je auto, of rijd je vaak met iemand mee, dan kan parkeren een grotere uitdaging voor je zijn. Dichtbij je bestemming kunnen komen is niet alleen een kwestie van gemak, maar vaak ook van energie, veiligheid en zelfstandigheid. Een gehandicaptenparkeerkaart of een eigen parkeerplaats kan daarin een groot verschil maken. In dit artikel ga ik in op hoe dat werkt, wat de voorwaarden zijn en tegen welke strubbelingen je aan kunt lopen.
De gehandicaptenparkeerkaart: soorten en voorwaarden
Er zijn twee soorten gehandicaptenparkeerkaarten, namelijk een bestuurderskaart en een passagierskaart. Een bestuurderskaart is voor wie zelf autorijdt en minder dan 100 meter zelfstandig kan lopen. Het is dus niet alleen voor rolstoelgebruikers.Voor wie niet zelf kan autorijden, bestaat er de mogelijkheid om een passagierskaart aan te vragen. Een gecombineerde kaart, voor zowel bestuurder als passagier, is ook mogelijk, als je blijvend van een rolstoel gebruikmaakt of andere loopbeperkingen hebt.
Alle kaarten zijn persoonsgebonden, er staat een naam en pasfoto op de achterkant. De kaarten zijn dus niet verbonden aan een bepaalde auto. Je vraagt de kaart aan bij je gemeente. Die zal dan een medische keuring aanvragen bij een arts. Deze arts beoordeelt of je voldoet aan de criteria. Voornamelijk de afstand die je zonder hulpmiddelen kunt lopen. Is dat minder dan 100 meter, dan kom je in aanmerking. Tenminste, als dit minimaal een half jaar zo is. De kaart is maximaal 5 jaar geldig. Daarna wordt opnieuw beoordeeld of je ervoor in aanmerking komt. Bij een chronische aandoening is een nieuwe keuring dan meestal niet nodig.
Meer parkeermogelijkheden dan je denkt
Met een gehandicaptenparkeerkaart zijn er verschillende parkeermogelijkheden:
- Je mag parkeren op de algemene gehandicaptenparkeerplaatsen, herkenbaar aan het blauwe verkeersbord met een witte P en een wit rolstoelsymbool. Dit geldt ook in het buitenland;
- In sommige gemeenten mag je met je gehandicaptenparkeerkaart gratis parkeren op een gewone parkeerplaats op straat, waarvoor je zonder kaart wel moet betalen. Omdat dit per gemeente verschilt, vereist het wat onderzoek. Bij je eigen gemeente kun je dit nagaan. Bij sommige gemeenten kun je alleen gratis parkeren als je dit vooraf online hebt aangevraagd. Houd er rekening mee dat goedkeuring een paar dagen kan duren. Als je een andere gemeente bezoekt, informeer dan eerst even of zoek online, bijvoorbeeld op Valide Parkeren of Gehandicaptenkaart, handige particuliere initiatieven.
- Je mag parkeren op een plaats waar het bord ‘verboden te parkeren’ staat (blauw bord met rode rand en rode schuine streep). Hier mag je maximaal 3 uur staan en moet je een parkeerschijf gebruiken.
Geen landelijke wetgeving
De afmetingen van gehandicaptenparkeerplaatsen zijn in Nederland niet wettelijk vastgelegd. Gemeenten zijn vrij om zelf te bepalen hoe groot ze een plek maken. Toch hanteren de meeste gemeenten de richtlijnen van de Nederlandse kennisorganisatie voor infrastructuur en mobiliteit (de zogenaamde CROW-richtlijnen), die een breedte van 3,50 meter aanbevelen, ongeacht de parkeerwijze. Dat is een stuk ruimer dan de standaard 2,50 meter voor gewone parkeerplaatsen. De aanbevolen lengte is 5 a 6 meter, soms 7 meter als men rekening wil houden met achter uitstappen. Door het ontbreken van landelijke wetgeving kunnen gemeenten, via hun eigen parkeerbeleid of APV (Algemene Plaatselijke Verordening) wél bindende regels stellen voor gehandicaptenparkeerplaatsen binnen hun gemeente. Dit verschilt per gemeente.
Hoeveel gehandicaptenparkeerplaatsen er moeten zijn en waar ze zich bevinden, is ook niet een wettelijke verplichting vanuit de overheid. De CROW-richtlijnen bevelen aan dat bij publieke voorzieningen, zoals theater, bioscoop en gemeentehuis, minimaal 5 procent van alle parkeerplaatsen bestemd moet zijn voor gehandicapten, op maximaal 100 meter van de ingang. Op grote parkeerterreinen en in parkeergarages geldt een aanbevolen verhouding van 1 op 50 parkeerplaatsen.
GPK in de praktijk
Het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats is fijn als je niet ver kunt lopen. De parkeerplaatsen bevinden zich vaak dichtbij de gelegenheid waar je naartoe gaat, of bijvoorbeeld middenin het centrum. Voor rolstoelgebruikers of gebruikers van andere loophulpmiddelen is zo’n plek vooral fijn, omdat de plekken breder zijn dan een gewoon parkeervak, waardoor je meer ruimte hebt om in- en uit te stappen. Helaas gaat het niet altijd goed bij de aanleg van zo’n parkeerplek. Ik ben door de jaren heen parkeerplaatsen tegengekomen die niet voldoen. De gehandicaptenparkeervakken waren bijvoorbeeld niet breder, of er was geen hellinkje naar de stoep. Ook heb ik meegemaakt dat de gehandicaptenparkeerplek in een parkeergarage op een helling was geplaatst, terwijl 10 meter verder, dichterbij de lift, vlakke parkeerplekken waren. Als ik zoiets tegenkom, maak ik er een melding van bij de gemeente.
Je eigen plek voor de deur: de parkeerplaats op kenteken
Wie in het bezit is van een geldige gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders, minder dan 100 meter zelfstandig kan lopen en geen eigen oprit of garage heeft, kan bij de gemeente een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken aanvragen. Dan wordt er een parkeerplek dicht bij je huis voor jou gereserveerd, door plaatsing van een parkeerbord met je kenteken erop. Deze plek wordt alleen toegekend als de gemeente de noodzaak ervan erkent. Vraag bij je gemeente naar de mogelijkheden.
Kosten en beleid: grote verschillen tussen gemeenten
Helaas lopen de kosten voor een aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart en -plaats sterk uiteen per gemeente. Er is geen maximumbedrag voor de kosten van de aanvraag en keuring. Gemiddeld genomen kost een gehandicaptenparkeerkaart in Nederland tussen de 45 tot 150 euro. Daar kan dan een medische keuring bij komen van ongeveer 200 euro. Een gehandicaptenparkeerplaats kost gemiddeld 200 tot 300 euro met uitschieters naar boven en naar beneden. Voor een kentekenwijziging kunnen er ook kosten in rekening worden gebracht. Er zijn gemeenten die bij een laag inkomen deze bedragen (gedeeltelijk) compenseren.
Waar het in de praktijk mis kan gaan
Hoewel een gehandicaptenparkeerkaart veel mogelijkheden biedt, gaat het in de praktijk niet altijd goed. Parkeerplaatsen worden soms onterecht gebruikt of ‘even bezet’ door mensen die er eigenlijk geen gebruik van mogen maken. Ook komt misbruik en diefstal van kaarten voor. Dat maakt het voor mensen die er echt afhankelijk van zijn lastiger om een geschikte plek te vinden.
Parkeren met een beperking is veel meer dan alleen een plek vinden. Met de juiste informatie, een gehandicaptenparkeerkaart die bij jouw situatie past en een beetje digitale hulp, kun je veel frustratie voorkomen. Zo houd je meer energie over voor de dingen die ertoe doen: gewoon lekker onderweg zijn, zonder gedoe.