Een aantal jaren geleden was ik een fanatieke balkontuinierder. Een zomer lang. Ik was die periode wat fitter en er leek me niks fijner dan groenten te eten uit eigen ‘tuin’. Ik begon vol goede moed: voldoende bakken, biologische potgrond, een tuinsetje, handschoenen en verschillende zakjes zaden met ‘makkelijke’ groenten zoals radijs, diverse soorten sla en snijbiet. Het ging vrij goed, maar ik merkte wel dat het veel werk was. Het jaar daarop, veel minder fit, lukte het me dan ook niet. Toch denk ik elk voorjaar weer: wat zou het heerlijk zijn toch weer lekker te tuinieren met een paar kleine aanpassingen. Ik heb alle spullen nog, de bakken zijn klaar om gevuld te worden. Dus hoog tijd om eens uit te zoeken hoe je het tuinieren gemakkelijker kunt maken.
Hulpmiddelen
De Vilans hulpmiddelenwijzer geeft een zee aan tips voor mensen die willen tuinieren met een paar kleine aanpassingen, ongeacht welke beperking iemand heeft. Dat is een goed begin. Aangezien ik zelf een balkon heb, zijn hulpmiddelen zoals een ergonomische kruiwagen of bladruimer voor mij niet van toepassing. Voor mensen met bijvoorbeeld het syndroom van Raynaud zijn er verwarmde tuinhandschoenen. Ook bestaat er tuingereedschap met een langere steel, zodat je niet steeds hoeft te bukken. Dit lijkt me super handig, want bukken kost én veel energie én kan heel pijnlijk zijn voor je knieën. Ook de plantentafel spreekt me enorm aan. Ik deed al aan zittend tuinieren, maar hierbij hoef je niet steeds te bukken naar je potten op de grond. Je kunt ze allemaal kwijt op een tafel en daarbij gaan zitten. Verder is er tuingereedschap met ergonomische grip, en een handig kniel- en zitbankje. Met al deze hulpmiddelen zal het sowieso een stuk gemakkelijker worden!
Een half uurtje per dag
Naast het gebruik van hulpmiddelen is het natuurlijk ook slim om, zoals met alles, niet te lang door te gaan. Ook niet als je ‘net zo lekker bezig bent’, je het ‘bijna klaar hebt’ of omdat je je nog zo goed voelt. Voel je je nog steeds zo goed als je stopt? Kies dus steeds voor een kwartier of een half uur werken aan je tuintje. En als je lupus hebt of medicijnen gebruikt waarmee je niet in de zon mag, let daar dan ook zeker op. Zet een hoed op en smeer je in.
Moestuinhippie
Op Instagram kwam ik Moestuinhippie tegen, het account van Jacqueline. Ze deelt online tips over moestuinieren met een beperking. Ik sprak haar over haar hobby. Jacqueline onderging in 2010 een grote knieoperatie als gevolg van Osteochondritis Dissecans, een aandoening waarbij bot afsterft en loslaat. Dat heeft ze aan beide knieën. Aan een knie werd ze geopereerd, maar het losse stuk bot kon niet helemaal terug worden gezet waardoor ze een blijvende beperking heeft. Omdat ze haar baan als verzorgende inwisselde voor een zittende baan en sporten niet meer lukt, besloot ze te gaan moestuinieren.
Doseren
Jacqueline vertelt: “Ik gebruik geen hulpmiddelen, maar heb wel leefregels waarbij ik vooral probeer om te doseren. Door mijn beperking heb ik moeite met statische belasting, dat wil zeggen lang in een bepaalde houding werken. Ik wissel hurken af met staan en splits dingen op in deeltaken zodat mijn lichaam weer een beetje kan herstellen. Ook korte pauzes tussendoor zijn fijn. Toen ik pas begon met moestuinieren deed ik alles wat dicht bij de grond was zittend op een krukje, vooral onkruid weghalen en zaailingen uitplanten. Nu wied ik ook vaak met een schoffel, je kan dan rechtop blijven staan. Door te schoffelen in een droge periode kun je het onkruid gewoon laten liggen.”
Denk in mogelijkheden
“Hulp vragen aan anderen kan ook erg fijn zijn. Dat hoeven niet per se zware klussen te zijn, maar als iemand je kisten appels komt ophalen zodat je daar zelf niet mee hoeft te sjouwen, scheelt dat veel. Zelf vind ik palen uit de grond halen heel lastig, dat doet mijn man. Denk dus in mogelijkheden en niet in beperkingen. Misschien lukt spitten niet meer vanwege rugklachten, maar spitten is echt niet noodzakelijk. Ik spit nooit en heb een prima oogst. Pas ‘chop and drop’ toe, waarmee wordt bedoeld dat je snoeimateriaal laat liggen waar het valt. Zo kan je het gebruiken als mulch. Door de tuin te mulchen (bedekken) is er veel minder onkruid te wieden waardoor je minder tuinwerk hebt. Ook zorg ik ervoor dat mijn gereedschap scherp is en goed werkt. Snoeien met een botte snoeischaar is veel zwaarder dan met een schaar die goed scherp is. Een goede tip voor mensen met hand-pols klachten.”
Tuingeluk
“Een woord dat weergeeft wat moestuinieren me oplevert, is ‘tuingeluk’. Maar het is veel meer dan dat. De moestuin is mijn uitlaatklep, de plaats waar ik mijn hoofd leegmaak en met niemand rekening hoef te houden. Het proces van zaadje tot vrucht, het leven met de seizoenen en het fysiek bezig zijn, geeft me veel energie en maakt me gelukkig. Natuurlijk is de oogst ook heel welkom, zeker nu de prijzen in de supermarkten steeds stijgen. Ik zou zeker niet dagelijks aardbeien eten als ik ze zou moeten kopen. De sociale contacten die ik door de volkstuin heb kan ik ook erg waarderen. Ik heb zoveel nieuwe mensen leren kennen door de tuin.”
Begin klein
Ben je enthousiast geworden? “Begin klein,” adviseert Jacqueline. “Tuingeluk zit in kleine dingen en niet in de grootte van de tuin. Ik ben begonnen met een paar vierkante meter bakken in de achtertuin en was daar heel blij mee. Zeker omdat ik nog herstellende was van mijn knieoperatie. Toen ik meer wilde, een volkstuin, zei mijn man: “Jacq, dat moet je niet doen, dat is veel te zwaar voor je.” Maar ik zette door. Toen hij hoorde welke groenten ik allemaal wilde kweken zei hij: “Jacq, dat moet je niet doen, dat worden alleen maar teleurstellingen.” Ik sprak met hem af dat ik het een jaar zou proberen, als het niet zou lukken dan zou ik ermee stoppen. Gelukkig is dat nooit gebeurt en word ik nog altijd heel blij van tuinieren.”
Meer informatie:
– De website van Jacqueline is www.moestuinhippie.com en op Instagram kun je haar vinden @moestuinhippie