Onlangs heb ik mijn spierkrachtroutine van thuis overgebracht naar het fitnesscentrum. Iets dat ik al langer wilde, maar niet deed omdat ze me dat tijdens verschillende revalidatietrajecten hadden afgeraden. Na jaren vrij fanatiek gesport te hebben, ook tussen alle pauzes van de ontstekingen in mijn lichaam door, ging dat vanaf 2019 helemaal niet meer. En elke keer als ik in het fitnesscentrum de draad weer wilde oppakken, kwam ik van een koude kermis thuis. Telkens lag ik, na een korte spierkrachtsessie van 15 à 20 minuten, dagenlang in bed.
Was ik te fanatiek? Ja, waarschijnlijk. Waren de heen- en terugritten te veel? Ja, ook. Of de apparaten te zwaar? Misschien. Ik kreeg het advies: train maar rustig thuis met een paar lichte gewichtjes. Als dat langdurig goed gaat, probeer het dan pas nog eens.
Na een jaar thuis oefenen vond ik het wel tijd. Eind oktober begon ik op de maandagen met 20 à 25 minuutjes spierkrachttraining bij een klein fitnesscentrum op 500 meter lopen van mijn huis. Mijn oude fanatieke zelf wilde meteen beginnen met twee keer per week om dit, na ongeveer een maand, uit te breiden naar drie keer per week.
Met frisse tegenzin gaf ik toe dat ze best een goed punt had. En eigenlijk was het ook wel fijn, maar een keer per week te hoeven
Na de eerste keer, was ik heel enthousiast. Ik hoefde niet dagen in bed te rusten en de spierpijn viel me mee. Twee dagen later sprak ik een ‘lupusvriendin’ en vertelde haar mijn opbouwplan. ‘Zou je dat nou wel doen?’, vroeg ze. ‘Je begint net weer. Je kunt ook rustig opbouwen door een keer in de week te gaan. Als je dan na een paar maanden zeker weet dat dit goed past bij de rest van je leven, dan kijk je dan of je er twee keer van kunt maken. Na al die jaren is dit al enorme winst.’ Met frisse tegenzin gaf ik toe dat ze best een goed punt had. En eigenlijk was het ook wel fijn, maar een keer per week te hoeven. Dan kon ik ook nog eens een leuke afspraak plannen.
Na een aantal weken succesvol een keer per week gaan, begon het toch weer te kriebelen… Ik besloot een keer twee keer per week te proberen, ook op donderdag. Ik was wel moe na die tweede keer, maar ook enthousiast. Tot na die donderdag wel heel snel de maandag weer kwam. En ik vervolgens van die maandag dagenlang maar niet herstelde, toen nog een verkoudheid kreeg en de decemberdrukte was begonnen. Ik besloot een drieweekse pauze in te lassen om mijn lichaam rust te geven en te herbezinnen. Wat die vriendin had gezegd, was toch eigenlijk zo gek nog niet. Dan had ik misschien gewoon kunnen blijven sporten en hoefde ik nu niet een pauze te nemen. Gewoon settelen voor een keer in de week, misschien was dat het. En dat is wat ik sinds januari doe. Tevreden zijn met die ene keer. Less is inderdaad more.
Lees hier nog meer persoonlijke columns.