Als je chronisch ziek bent of leeft met weinig energie, dan is er één ding waar je lijf altijd meester in is: de makkelijke weg kiezen. Geen oordeel, gewoon biologie. Je brein wil overleven, niet optimaliseren. En dus: hallo snelle suikers, hallo bezorgpizza, hallo “ik eet wel een cracker met hagelslag”.
Logisch. Je bent moe. Je hebt pijn. Je denkt aan koken en voelt je al uitgeput voordat je ook maar een pan hebt aangeraakt. En dat snap ik als geen ander – ik heb jarenlang geleefd met PAH (pulmonale arteriële hypertensie), een longziekte van het pittige soort, en heb inmiddels twee donorlongen. Dus ja: been there, gekookt daar, én ja … ook wel eens jankend op de keukenvloer gezeten met een rauwe broccoli in m’n hand.
Maar weet je wat ik leerde? Je lijf kiest niet per se wat het nodig heeft, maar wat het kent als ’snelste brandstof’. Suiker. Witmeel. Makkelijk. Alleen… die zorgen juist voor een energiedip. Je voelt je even ’aan’ – en daarna nóg slomer. En dan begint het riedeltje opnieuw.
Je verdient beter. En je kúnt ook beter. Zelfs als je energiebudget per dag kleiner is dan dat van een luiaard op slaapmiddelen.
Hier zijn mijn beste rebelse tips om tóch voedzaam te eten – zonder dat je daar elke dag bergen energie voor hoeft op te brengen.
1. Kook als de luiste chef ever
Massakoken is geen hogere wiskunde. Het is gewoon: als je dan tóch kookt, kook dan meteen voor meerdere keren. Dus in plaats van één portie linzencurry? Maak een pan voor zes. Eet vandaag één portie, vries de rest in. In glazen bakjes trouwens – niet alleen beter voor je lijf dan plastic, maar ook lekker overzichtelijk in je vriezer (en: je kunt het meteen opwarmen in de oven als je wilt).
Grote kans dat je dan een paar dagen later zuchtend op de bank ligt, geen puf hebt om überhaupt naar de keuken te strompelen, en dan… oh yes, daar staat dat potje comfort food in de vriezer. En dat is dus géén diepvriespizza, maar jouw eigen eten, met liefde gemaakt. Je toekomstige-ik gaat je dankbaar zijn.
2. Extra koken is goud waard (en echt geen moeite)
’s Avonds kook je (of in de middag). Of iemand anders kookt voor je. In elk geval: als er dan tóch een kipfiletje in de pan ligt, bak er dan twee. Of drie. Want morgen is er weer een lunchmoment, of een snackmoment, of een “ik heb nu iets hartigs nodig”-moment.
Een extra stukje kip, gebakken groente, wat rijst, balletje gehakt of falafel… Alles wat je dubbel kookt, is een kadootje aan jezelf voor later. Doe het in een potje in de koelkast, en bouw er de volgende dag een lekkere lunch van. Wrap, soep, salade, rijstbowl – klaar in vijf minuten. Geen energiecrash. Geen suikerrush. Wél voeding die je lijf echt iets brengt.
3. Maak van plannen geen strafkamp, maar iets leuks
Maaltijdplannen klinkt als iets voor fanatieke fitgirls of moeders met te veel Tupperware. Maar als jij leeft met beperkte energie, is het een van de beste tools die je kunt gebruiken. Niet om je hele week strak in te plannen. Wél om overzicht te krijgen.
Begin klein: plan alleen je avondeten voor drie dagen vooruit. Hang een krijtbord op. Of een klembord met vrolijk papier. Zet je lievelingsliedje op en ga zitten met een kop thee en een stapel simpele recepten.
Maak er een moment van. Een ritueel. Want plannen geeft je rust. Je hoeft niet meer met een rammelende maag te bedenken wat je gaat eten. En je kunt je boodschappen slim combineren, zodat je niet vijf keer per week naar de supermarkt hoeft (wie heeft daar energie voor? Niemand).
Extra leuk: kies elke week één ’rebellenrecept’ – iets nieuws, iets lekkers, iets waar je blij van wordt. Ook dát is voeding: plezier.
4. Laat perfectie los
Dit is geen pleidooi om elke dag driegangen te koken met superfoods en ingewikkelde ingrediënten. Laat die druk los. Als je een simpele maaltijd op tafel tovert van gestoomde groente, restjes kip en wat hummus, dan heb je al gewonnen.
Focus op een onbewerkte, lekkere basis. Denk: groente, peulvruchten, eieren, noten, vis, goede vetten. Eten dat niet uit een fabriek komt. Eten dat je lijf herkent. En ja: het mag lekker zijn. Moet zelfs.
Maak er een feestje van met kruiden, sausjes (homemade of voedzaam gekocht), en vrolijke borden. Want ook visueel genieten geeft energie.
5. Rebel met liefde voor je lijf
Eten is méér dan brandstof. Het is zorg. Het is regie. Het is een van de weinige dingen waar je wél invloed op hebt als je lichaam niet meewerkt. Dus maak van eten een daad van zelfliefde, niet van stress of vermijding.
Dat vraagt soms om creativiteit. En soms om een schop onder je kont. Zacht, liefdevol, maar wel doelgericht. Als jij nu denkt “ja maar ik heb daar de energie niet voor”, dan zeg ik: “Precies daarom is het zó belangrijk. Want dit is de weg naar méér energie. En meer regie.”
Meer informatie:
Chermaine Kwant is Quality of Life mentor voor vrouwen met zeldzame en complexe ziektebeelden. Binnenkort promoveert zij op voeding en kwaliteit van leven bij de ziekte die eigenlijk haar dood zou worden. Volg haar via Instagram, bezoek haar website en lees meer artikelen van haar voor Thriving Magazine.
Wil je hier verder mee aan de slag?
In mijn gratis masterclass ‘Meer energie met onbewerkt en lekker eten’ laat ik je zien hoe jij, juist met een chronische aandoening, je lijf kunt voeden op een manier die wérkt. Zonder diëten. Zonder onzin. Mét resultaat. https://www.ck-rebel.nl/Masterclass-Meer-Energie