Afgelopen zondag overviel het me opeens. Een intens gevoel van Vreugde. Een gevoel van ruimte om mijn hart, vergezeld door een mentale warme regendouche. Er was geen aanleiding, geen speciale gelegenheid. Ik liep gewoon even in het bos. In mijn eentje, zonder plan, agenda of afspraak. Zo maar een beetje te zijn. Wat een heerlijke sensatie was het. Ik vroeg me af wanneer de laatste keer was dat ik overliep van zoveel Vreugde. Dat was wel even geleden.
Omdat ik nu eenmaal een denker ben, vroeg ik me af waar ik het bezoekje van Vreugde aan te danken had. Was ik wellicht ergens dankbaar voor?
Dankbaarheid, dat zijn de dingen die ik bijna dagelijks voor mezelf benoem. Alle kleine dingen die het verschil maken in mijn leven. Dingen die, als ik ze niet had, mijn leven een stuk schraler zouden maken. Denk aan, in willekeurige volgorde, vrienden, m’n tuin, de kunst, het gezin, werk, mijn ouders, et cetera.
Maar brengt dankbaarheid ook vreugde voort? Kennelijk niet per se
Dankbaarheid is een mooie vaardigheid vanuit de mindfulness. En in de afgelopen jaren heb ik de dankbaarheidsspier goed weten te trainen. Ik kan werkelijk lichtpuntjes vinden in een totale zonsverduistering.
Maar brengt dankbaarheid ook vreugde voort? Kennelijk niet per se. Want in een verdrietige periode van rouw en tegenslag, was niet zozeer de dankbaarheid ver te zoeken, maar Vreugde wel. Verdrongen was ze door Verdriet. Die voelde ik in al mijn vezels. Daar kon de dankbaarheidsspier met al z’ n krachtpatserij niet tegenop.
Nu denk ik: Vreugde laat zich niet afdwingen. Het is geen logisch gevolg van dankbaar zijn. Maar als Vreugde komt, laat haar dan vooral binnen, laat haar razen. Laat ze de deuren en ramen van je ziel openen. Want ze is een zeldzame, maar o zo welkome, passant.
Meer van Rita lezen? Klik hier.